HomeLinksHelpdeskSponsorAdviesraad  



 
Door onbegrip onnodig lijden: 'plan van aanpak'

Door onbegrip onnodig lijden: 'plan van aanpak'

Ludo J. Hellebrekers, hoogleraar Veterinaire Anesthesiologie, Universiteit Utrecht

Over het voorkómen van pijn bij dieren en over de mate waarin dit voorkomt bij de verschillende diersoorten en op welke leeftijden heerst veel onduidelijkheid en onbegrip.
Veel van deze onduidelijkheid komt door het moeilijk kunnen herkennen van de aanwezigheid van pijn bij de verschillende diersoorten. Gedetailleerde kennis van zowel het normale gedrag, als het pijngedrag bij een specifieke diersoort, gecombineerd met een zeer zorgvuldige beoordeling van het (eventueel afwijkende) gedrag, is een absolute voorwaarde alvorens men met stelligheid een uitspraak kan doen over de aan- of afwezigheid van pijn bij het dier onder behandeling.
Het toepassen van het Analogie- postulaat biedt hierin - zeker voor het dier - een uitkomst, waardoor in ieder geval het dier 'het voordeel van de twijfel' krijgt.

Een andere remmende factor op het breed toepassen van pijnstilling bij dieren komt voort uit de overwaardering die wordt toegekend aan de positieve aspecten van pijn.
Voor een zorgvuldige afweging over het al dan niet instellen van een analgetische behandeling, dienen naast de eventueel aanwezige positieve aspecten van pijn, tevens de negatieve bijverschijnselen te worden meegewogen. Alleen op die manier komt men tot een voor het dier optimale therapeutische ondersteuning.

In de laatste jaren bestaat er zowel binnen de (veterinaire) wetenschap als binnen de 'burgermaatschappij' in toenemende mate aandacht en zorg voor het voorkómen van pijn bij dieren.

Wanneer we over pijn bij dieren praten is het goed om ons een aantal zaken af te vragen:

Komt pijn bij dieren voor?
Is pijn schadelijk voor het dier?
Hoe herkennen we pijn bij dieren?
Wat kunnen we doen aan pijnbestrijding?

Komt pijn voor bij dieren?

Lang geleden werd er algemeen van uitgegaan dat dieren, die als lagere wezens werden beschouwd dan mensen, geen pijnsensatie kenden. Dit betekende niet dat dieren bij het aanbrengen van verwondingen geen reactie vertoonden of zelfs heftig bewogen en duidelijk luid verzet boden, maar men geloofde toen eenvoudigweg niet dat het desbetreffende dier ook werkelijk pijn voelde. De waarneembare verschijnselen werden toegeschreven aan onwillekeurige reactie van het zenuwstelsel zonder dat daar bewuste pijngewaarwording bij optrad.

Als het bovenstaande u ongeloofwaardig lijkt, moet u zich realiseren dat we inmiddels de kennis bezitten dat dieren wel degelijk pijnprikkels kunnen waarnemen, maar dat ook heden ten dage die kennis niet op alle fronten consequent wordt gehanteerd.

Voorbeelden hiervan zijn het uitvoeren van allerlei 'nuts'operaties in de landbouwhuisdieren sector die zonder enige vorm van anesthesie geschieden, bijvoorbeeld het leewieken van kuikens en het couperen en castreren van biggen.
Maar ook in de wereld van de gezelschapsdieren werden en worden verschillende ingrepen zonder vorm van verdoving uitgevoerd, zoals het couperen van oren (thans wettelijk verboden) en staarten bij verschillende rashondensoorten.

Een argument dat hierbij wordt (of werd) gehanteerd ter rechtvaardiging van deze handelingen wordt gevonden in de bewering dat deze handelingen geschieden in de periode kort na de geboorte (veelal < 3 weken) en dat de gehele ingreep slechts zeer kort duurt.
Met name het verrichten van dergelijke handelingen op zeer jonge leeftijd zou mogelijk moeten zijn vanwege het idee dat op die jonge leeftijd het zenuwstelsel (dat uiteindelijk verantwoordelijk is voor de pijngewaarwording) nog onvoldoende is ontwikkeld om pijn als zodanig werkelijk te kunnen waarnemen.
Deze gedachte heeft ook lang geleefd in de humane geneeskunde, hetgeen erin resulteerde dat tot in de zeventiger jaren het mogelijk was dat zeer jonge kinderen zonder enige vorm van verdoving 'kleine' chirurgische ingrepen moesten ondergaan.
Onderzoek heeft inmiddels al weer jaren geleden aangetoond dat ook baby's wel degelijk pijn kunnen waarnemen (Fitzgerald, 1987, Pain and analgesia in neonates. Trends in Neuroscience 10:344) en dat het huilen tijdens de ingreep wel degelijk anders klinkt dan het huilen dat optreedt tijdens het dagelijkse 'huiluurtje' (dat wisten de meeste vaders & moeders natuurlijk al lang).

Des te vreemder is dan ook dat van het piepen van pups tijdens het couperen of het schreeuwen van biggen tijdens castratie nog steeds wordt gezegd dat dat komt omdat ze bij het moederdier zijn weggehaald en niet aangeeft dat het dier pijn heeft.
Zowel de uiterlijke reactiepatronen als verschillende andere veranderingen geven duidelijk aan dat ook op zeer jonge leeftijd, dieren net als mensen zeer goed in staat zijn om pijn als een onaangename beleving te ondergaan.

Het is niet langer te accepteren dat dieren zonder enige vorm van pijnstilling lichamelijke ingrepen ondergaan.

En hoe zit het dan met volwassen dieren. Kunnen we daar onomstotelijk van aannemen dat ze pijn ervaren? Als we kijken naar de opbouw van het centrale zenuwstelsel met de organisatie van hersenen, het ruggenmerg en de vertakkingen van de zenuwen, dan vertoont dit alles een grote overeenkomst tussen mens en dier. Het grote verschil is gelegen in het feit dat alleen mensen kunnen zeggen dat ze pijn voelen.
Ondanks dat de dieren het zelf niet verbaal kunnen aangeven, is het thans algemeen geaccepteerd dat dieren in staat zijn pijn te kunnen waarnemen. Uit onderzoek is gebleken dat ook veel van de (meetbare) reacties van dieren op pijnprikkels gelijk zijn aan reacties die door mensen worden getoond naar aanleiding van een pijnlijke ervaring. Zo gaat bij beiden de hartslag omhoog (wordt sneller), stijgt de bloeddruk tijdelijk en vertonen beiden (mens en dier) dezelfde veranderingen in stresshormoonspiegels.
Mede daardoor is het dan ook niet langer te accepteren dat dieren zonder vorm van anesthesie of pijnstilling lichamelijk letsel wordt toegebracht. Elke vorm van chirurgie kan daarbij worden gezien als een vorm van lichamelijk letsel met een min of meer duidelijke (afhankelijk van de aard van de ingreep) pijncomponent.

Het grote probleem bij de herkenning van pijngedrag is gelegen in het feit dat het voor ons als mens zeer moeilijk blijft pijngedrag bij dieren waar te nemen. Niet in de laatste plaats vanwege het feit dat de verschillende diersoorten op een geheel verschillende manier op pijn kunnen reageren. Denkt u daarbij bijvoorbeeld aan het verschil tussen de hond en de kat die een geheel eigen en zeer verschillende wijze van reageren op pijn hebben. Honden zullen vaak om meer aandacht vragen terwijl katten zich veelal afzonderen en geen enkele bemoeienis van mensen willen hebben.
Nog moeilijker wordt het als we het specifieke gedrag van een diersoort minder goed kennen (denk aan konijnen of ratten) of als het dieren betreft die - voor de meeste van ons - verder van ons 'af' staan, zoals bijvoorbeeld de verschillende landbouwhuisdieren.

Om te voorkómen dat dieren pijn lijden terwijl dit niet of in onvoldoende mate wordt onderkend, wordt in de pijn-onderzoekswereld het ANALOGIE-principe gehanteerd.
De kern van dit principe is gelegen in het feit dat men er van uit gaat dat handelingen die door de mens als pijnlijk worden ervaren, door dieren ook als pijnlijk zullen worden ervaren. Hierdoor krijgt het dier het voordeel van de twijfel en dient na de onderkenning van de aanwezigheid van de pijn ook een adequate behandeling te worden ingesteld.

Is pijn schadelijk voor het dier?

Behalve dat er net zoals bij de mens vanuit kan worden gegaan dat dieren pijn als onaangenaam ervaren, kunnen er aan pijn zoals die optreedt na een operatie ook bij dieren een aantal negatieve aspecten worden toegeschreven:

Door een activatie van de stress-respons zal de wondgenezing worden geremd.

Door een verhoogd energieverbruik en een verminderde voedselopname raken de dieren in een negatieve energiebalans.

Er bestaat de kans op een vertraagd herstel en het risico van complicaties zal na operatie toenemen.

De ademhaling zal minder efficiënt worden.

Er bestaat het risico dat het dier aan de wond zal gaan knagen.

Uiteindelijk kan acute pijn meer chronisch van karakter worden en daarmee moeilijker effectief te behandelen

Door de aanhoudende stress wordt de afweer van het lichaam in negatieve zin beïnvloed en zal het dier vatbaarder worden voor ziekte.

Vaak wordt beargumenteerd dat pijn een positief effect zou hebben in die gevallen waarbij er sprake is van een beschadigd lichaamsdeel (bijvoorbeeld bij een gekneusde knie of een gebroken poot).
Uiteraard is het tonen van pijn door een dier voor ons als mens/verzorger nuttig, aangezien we zo gewezen worden op de mogelijke aanwezigheid van een beschadiging en kan de ontlasting van het beschadigde lichaamsdeel bijdragen aan de 'rust' tijdens de herstelfase.
Anderzijds kan, zeker na chirurgie die op correcte en zorgvuldige wijze is uitgevoerd, een adequate pijnbestrijding alleen maar bijdragen aan een voorspoedig en ongecompliceerd herstel.
Onderzoek heeft aangetoond dat een effectieve pijnstilling na de operatie bijdraagt aan een vlot algemeen herstel en een voorspoedige wondgenezing. Ook gaan dieren weer sneller voldoende eten en zullen ze minder gewichtsverlies vertonen dan bij het achterwege laten van pijnstilling.

Hoe herkennen we pijn bij dieren?

Zoals al eerder aangegeven is het vaststellen van pijn bij dieren onder lang niet alle omstandigheden een eenvoudige zaak. Vanuit het Analogie-principe bezien kunnen we echter van de meeste situaties een inschatting maken wat de pijnlijkheid van een dergelijke situatie is.
De meeste eigenaren zijn zelf goed in staat om gedragsveranderingen bij hun huisdier waar te nemen en zo aanwijzingen te krijgen voor de aanwezigheid van pijn. Men dient zich echter te realiseren dat dit voor de behandelende dierenarts lang niet altijd zo eenvoudig is. Allereerst kent de dierenarts uw huisdier aanzienlijk minder goed dan uzelf, terwijl daarnaast het dier tijdens een bezoek aan de dierenarts zich vaak minder op zijn gemak zal voelen. Daardoor zal het dier pijngedrag ook minder vertonen dan in de vertrouwde huiselijke omgeving. Daarom is een goede beschrijving van het (veranderde) gedrag door de eigenaar van groot belang voor het stellen van de juiste diagnose.

Veranderingen die de dierenarts bij onderzoek zal kunnen vaststellen zijn vaak van zeer algemene aard (verhoging hartslag en lichaamstemperatuur) en kunnen dan ook geheel andere oorzaken hebben. Feitelijk bieden dergelijke symptomen maar zeer weinig houvast bij het stellen van de diagnose. In sommige gevallen houden veranderingen echter wel direct verband met de beschadiging (bijv. drukpijnlijkheid van de wond).

Onder alle omstandigheden is het belangrijk om in geval van twijfel over het al of niet bestaan van pijn bij uw huisdier, uw dierenarts te raadplegen en niet zelf een 'aspirientje' toe te dienen. Hiermee wordt niet alleen een mogelijk probleem tijdelijk gemaskeerd, maar ontstaat er tevens het gevaar dat het stellen van de juiste diagnose ernstig wordt bemoeilijkt.

Wat kunnen we doen aan pijnbestrijding?

Een zeer belangrijk aspect van de opvang van uw huisdier na een operatie is de algemene verzorging. Hierbij kunt u, enerzijds volgens instructies van uw dierenarts en anderzijds gebruikmakend van het gezonde verstand, de omstandigheden voor uw huisdier zo aangenaam mogelijk maken. Overleg met uw dierenarts waarmee u uw huisdier het beste helpt.

Voor het effectief bestrijden van pijn met behulp van pijnstillers dient u zonder meer het advies van uw dierenarts in te winnen. Niet alleen zijn er vele soorten pijnstillers beschikbaar met elk een eigen toepassingsgebied maar ze kennen ook ieder hun eigen gevaren. Daarnaast bestaat er tussen de diersoorten een zeer grote variatie voor wat betreft gevoeligheid voor de verschillende pijnstillers. Kortom, een professionele begeleiding is een noodzaak. Vraag uw dierenarts ernaar, zowel na operatie als in gevallen van chronische pijn.

Gezien de mogelijkheden die er tegenwoordig bestaan om pijn bij dieren op een effectieve en veilige manier te bestrijden luidt de conclusie dan ook dat dieren niet langer ten gevolge van een onvoldoende pijnbestrijding, pijn hoeven te lijden.

Literatuur

< Fitzgerald, M. Pain and analgesia in neonates. Trends in Neuroscience. 1987 10:344>

< Lascelles B.D.X. Advances in the control of pain in animals. Veterinary Annual. 1996 p.1-15>

< Slager, D. Geeft het gebruik van opiaten een onrustige recovery bij retrievers? 1997 Referaat Fac. Diergeneeskunde>

< Wall, P.D. Defining " Pain in Animals". 1992 p. 62 In: Short C.E. & Van Poznak A. (eds): Animal Pain. Churchill Livingstone, Edinburgh>