|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Multimodale versus unimodale pijnbestrijding |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Multimodale
versus unimodale pijnbestrijding:
wat is het verschil?
Klinische pijn ontstaat door een combinatie van centrale en
perifere sensibilisering en omvat een verscheidenheid aan zogenaamde
'pathways', mechanismen en transmittor systemen. Het is daarom
zeer onlogisch om aan te nemen dat een enkelvoudige behandeling
tot een effectieve pijnbestrijding zal leiden.
Pijnbestrijdingprotocollen welke meerdere analgetica combineren
uit verschillende farmacologische klassen en met een verschillend
aangrijpingspunt in de pain pathway (multimodale pijntherapie)
zullen dientengevolge resulteren in een betere en effectievere
onderdrukking van de pijn in de postoperatieve fase.
Deze benadering is eenvoudig te incorporeren in de veterinaire
klinische praktijkvoering door het combineren van een non steroidal
anti-inflammatory drug (NSAID) met een opiaatachtige stof.
In bepaalde gevallen kan het zelfs mogelijk zijn om specifieke
zenuwen op lokaal niveau te blokkeren om op die manier de effectiviteit
van de perioperatieve pijnbestrijding te verbeteren.
Door deze aanpak kan veelal de dosering van de individuele farmaca
worden gereduceerd waardoor de bijwerkingen verbonden aan de
toediening van analgetische farmaca worden beperkt.
Multimodale pijntherapie kan ook helpen om specifieke problemen
te omzeilen die ontstaan door de verschillen tussen de verschillende
farmaca in de snelheid waarmee het effect zich ontwikkelt na
toediening, waardoor een adequate analgesie gedurende de gehele
perioperatieve periode kan worden gerealiseerd.
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|